RANDERS BUDOSPORTEN EXAMENEISEN BLAUWE BAND

 

NAGE-WAZA (werptechnieken)   NE-WAZA (grondwerk).
 
Alle worpen moeten uit beweging uitgevoerd worden   KATAME‑WAZA (houdgrepen)
  Een minuut houdgrepen overpakken
ASHI‑WAZA  (beenworpen).  
1e, 2e, 3e, 4e, 5e, 6e, 7e, 10e en 11e bw.   Keer- en kanteltechnieken gevolgd door een houdgreep
    a) vijf technieken t. rug, u. tussen de benen;
GOSHI‑WAZA (heupworpen)     b) drie technieken u. buik; en
1e, 2e, 4e, 5e, 7e, 8e, 9e, 10e en 11e hw.     c) vijftien technieken u. bok
 
KATA‑WAZA (schouderworpen).   - zes overnames uit een kanteltechniek – t. bok
1e, 2e, 3e en 4e sw.   - twee bevrijdingen uit 1e hg, 3e hg, 6e hg en 8e  
    hg
TE‑WAZA (armworpen)   - één variatie op 1e hg, 3e hg, 6e hg en 8e hg
    1e aw tai o toshi  
    4e aw te guruma    PASSEERTECHNIEKEN
    9e aw ryo ashi dori    twee passeertechnieken na 5e of 6e bw
 
  SUTEMI‑WAZA (offerworpen)   UDE‑KANSETSU‑WAZA (armklemmen)
1e su tomoe Nage     - achtmaal ude-hishigi-juji-gatame (uit drie beginposities
4e su maki komi      u. buik, u. bok, t.  rug u tussen benen);
6e su tani o toshi     - tweemaal hiza-gatame (uit twee verschillende
7e su sumi-gaeshi     beginposities: t. rug u. tussen benen en t. 1e hg);
    - driemaal ude-garami (uit twee beginposities:
COMBINATIES      u. bok, t. rug u  tussen benen); en
vijf combinaties van twee werptechnieken     - eenmaal waki-gatame
 
OVERNAMES   SHIME‑WAZA (verwurgingen).
acht overnametechnieken,    a) vier sankaku’s
waarvan zes uit het gonosen-no-kata    b) kata-te-jime
   c) kata-ha-jime
UCHI‑KOMI (herhaaldelijk inzetten)    d) hadaka-jime
Uchi-komi van vier verschillende worpen    e) gyaku-juji-jime
   f) kata-juji-jime
EBI bewegingen    g) morote-jime
Vier verschillende ebi-bewegingen